Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Thymus Serpyllum

Thymus serpyllum

Kleine tijm, voorheen Wilde tijm, (Thymus serpyllum) is een plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Deze plant is familie van de echte tijm (T. vulgaris) en heeft kruipende stengels. De opstijgende scheuten zijn aan twee tegenoverstaande zijden behaard en zijn zelden hoger dan 7 cm. Grote tijm (T. pulegioides) is alleen op de ribben behaard.

Beschrijving

De bladeren zijn eivormig en hebben een lengte van 4 tot 8 mm. Het blad is glanzend, heeft een donkergroene kleur en is soms behaard. De plant bloeit van mei tot augustus. De bloemen staan in kransen, zijn roze of purper en hebben een doorsnede van 3 tot 5 mm. De vruchten zijn eivormige nootjes. categorie: vaste plant

Tijm

Tijm (Thymus) is een plantengeslacht uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Het zijn kruidachtige tot houtachtige planten met een erg aromatische smaak, die tot 30 cm. hoog worden en bloeien in schijnkransen. De planten komen algemeen voor in het Middellandse-Zeegebied en in Azië, maar een drietal soorten komt ook in onze streken voor.

Toepassingen

Vanwege de aromatische geur wordt tijm dikwijls in de zeepindustrie toegepast. Tijmsoorten worden ook ingezet als geneeskrachtige planten en als sierplanten. Bloemen en bladeren worden wel aangewend om thee mee te bereiden. Ook wordt tijm gebruikt bij de bereiding van likeuren zoals Bénédictine.

Soorten

In Nederland en België komen de volgende soorten voor:
- Grote tijm (Thymus pulegioides)
- Kleine tijm (Thymus serpyllum)
- Kruiptijm (Thymus praecox) Enkele andere soorten:
- Echte tijm (Thymus vulgaris) Thymus citrodorus - smaakt en ruikt een beetje naar citroen

Zie ook


- Kruiden categorie: vaste plant Categorie:Kruid categorie: Lamiales

Planten

De planten (Plantae) zijn een rijk in het domein der eukaryoten (Eukaryota). De wetenschappelijke discipline plantkunde houdt zich bezig met de studie van het plantenrijk. Planten treden vaak in karakteristieke groepen, de zogenaamde plantengemeenschappen op. De opbouw van een typische plant is meestal bovengronds een of meer stengels met bladeren (en met tot bloemen omgevormde bladeren) en ondergronds wortels. Hierop bestaan echter vele variaties. Zo leeft darmwier bijvoorbeeld totaal anders. Historisch gezien is de definitie van de planten aan verandering onderhevig geweest. Zo worden vandaag de dag de fotosynthese bedrijvende prokayoten zoals bijvoorbeeld de blauwalgen (cyanobacteriën) niet meer tot de planten gerekend. Dit geldt ook voor een hele reeks protistensoorten, bijvoorbeeld de roodalgen of de bruinalgen. Ook de schimmels werden oorspronkelijk tot de planten gerekend, alhoewel recentere onderzoeksresultaten hebben aangetoond dat ze meer aan de dieren verwant zijn. De schimmels worden nu in een eigen rijk ingedeeld: Fungi. Vandaag volgt men in de biologie bijna uitsluitend het fylogenetisch systeem dat de planten aan de hand van hun afstamming systematisch indeelt. Daarnaast gelden alleen de groenalgen (Chlorophyta) naast de landplanten (Embryophyta) als echte planten. Al deze organismen bevatten bladgroen a (chlorofyl a) en bladgroen b en slaan fotosynthetisch geproduceerde suikers in de vorm van zetmeel op in de bladgroenkorrels. De celwanden van deze organismen bestaan uit cellulose.

Taxonomie

In de taxonomie worden verschillende indelingen gebruikt, die regelmatig ook nog worden aangepast. Hier wordt een poging gedaan om het een en ander te verduidelijken. Inmiddels zijn er door de invloed van chloroplast-DNA-analyse ook weer nieuwere indelingen in de wereld in gebruik (zie hiervoor bijvoorbeeld de Engelstalige Wikipedia pagina dicotyledon). Cronquist publiceerde in 1981 een in brede kring erkende indeling, het Cronquist-systeem. In de negentiger jaren is door de Angiosperm Phylogeny Group een geheel nieuwe indeling gepubliceerd (zie ook het boek van W.S. Judd en anderen), gebaseerd op chloroplast-DNA. De nieuwste indeling is APG II (2003): dit wordt in de Nederlandstalige Wikipedia gebruikt.

Een lijst van verschillende taxonomische indelingen


- De indeling genoemd in de Heukels’ Flora 1996 gaat uit van Cronquist en gebruikt de naam Magnoliopsida voor Angiospermae of Anthophyta, terwijl de onderklassen vervangen zijn door superorden.
- Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden gaat uit van de bloemplanten (Anthophyta), en plaatst deze in de zaadplanten (Spermatophyta).
- APG II 2003 of APG II. De nieuwste indeling, die in 2003 gepubliceerd is en grotendeels gebaseerd op chloroplast-DNA : "An update of the Angiosperm Phylogeny Group classification for the orders and families of flowering plants: APG II." Botanical Journal of the Linnean Society, 141, 399-436. [http://www.blackwell-synergy.com/links/doi/10.1046/j.1095-8339.2003.t01-1-00158.x/full/ Available online]. Waarschijnlijk nu de geautoriseerde bron voor de indeling van bloemplanten vanaf het niveau van familie en hoger. De nomenclatuur van de hogere taxa kan licht tot verwarring leiden. De schade zal meevallen wanneer er beschrijvende namen gebruikt worden (zie Art 16 van de ICBN) zoals Spermatophyta (zaadplanten) en Angiospermae of Anthophyta (bedektzadigen oftewel bloemplanten), alsook Monocotyledones en Dicotyledones. Het is echter in de mode geraakt om een naam te gebruiken gebaseerd op een genusnaam, zoals Magnoliopsida, Magnoliidae. Het enige onderlinge verschil tussen deze namen is de uitgang (welke de rang aangeeft), en rang verandert met elke publicatie van wéér een systeem. Volgens Heukels zijn Magnoliopsida de bloemplanten (of bedektzadigen), volgens de flora van België zijn het echter de tweezaadlobbigen: dat is geen inhoudelijk verschil van inzicht maar alleen een (gering) verschil van opschrijven. Dergelijke namen zeggen dus alleen iets binnen een vooraf gedefinieerd (maar vluchtig) kader.

Indelingen

Compact

Een minder uitgebreide indeling is de onderstaande:
- Bryophyta (mossen)
- Tracheophyta (vaatplanten = alle planten behalve mossen)
  - Filicineae (varens, sporeplanten)
  - Spermatophyta (zaadplanten)
    - Gymnospermae (uitwendig zaaddragende planten)
    - Angiospermae of Anthophyta (inwendig zaaddragende planten oftewel bloemplanten)

Uitgebreid

Een uitgebreide indeling is:
- Afdeling: Mossen (Bryophyta)
  - Onderafdeling: Levermossen (Hepaticae), bijv. Riccia (Watervorkje).
  - Onderafdeling: Bladmossen (Musci), bijv. Sphagnum (Veenmos), Mnium (Sterremos).
- Afdeling: Varenachtigen (Pteridophyta)
  - Onderafdeling: Wolfsklauwen (Lycopodiinae), bijv. Zwitsers mosvaren, Sigiullaria (schub- of zegelboom) †
  - Onderafdeling: Paardenstaarten (Equisetinae), bijv. Calamites †, maar ook de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae)
  - Onderafdeling: Varens (Filicinae), bijv. Osmunda, Dryopteris (mannetjesvaren). Deze onderafdeling bevat o.a.:
    - Aspidum-achtigen (Aspidiaceae)
    - Streepvaren-achtigen (Asplenium), bijv. nestvaren
    - Davallia-achtigen (Davalliaceae)
    - Dubbeltjesvaren-achtigen (Sinopteridaceae), bijv. Pellaea
    - Pteris-achtigen (Pteridaceae)
    - Eikvaren-achtigen (Polypodiaceae), bijv. hertshoornvaren, Plebodium.
- Afdeling: Zaadplanten (Spermatophyta)
  - Onderafdeling: Naaktzadigen (Gymnospermae)
    - Klasse: Zaadvarens (Pteridospermae) †
    - Klasse: Varenpalmen (Cycadophyta)
    - Klasse: Benettiten (Bennettitae) †
    - Klasse: Naaldbomen (Conifera)
  - Onderafdeling: Bedektzadigen (Magnoliophyta oftewel Angiospermae)
    - Klasse: Tweezaadlobbigen (Magnoliopsidae oftewel Dicotyledones)
      - Onderklasse: Planten met losse bloembladeren (Choripetalae).
      - Onderklasse: Planten met vergroeide bloembladeren (Sympetalae)
    - Klasse: Eenzaadlobbigen (Liliopsida oftewel Monocotyledones)

Overzicht indelingen van de levende wezens

Externe links


- [http://www.itis.usda.gov/ Taxonomisch informatiesysteem]
- [http://www.kulak.ac.be/nl/KULAKAlgemeen/Natuur/ Planten in België] Plantae ja:植物 ko:식물 ms:Tumbuhan simple:Plant th:พืช zh-min-nan:Si̍t-bu̍t

Categorie:Vaste plant

Wetenschap -- Exacte wetenschap -- Biologie -- Plant ---- Een overzicht van vaste planten. Voor de taxonomische indeling (families, ordes) zie :categorie:Plantae Categorie:Plant naar groeivorm

St-Gervais-sur-Roubion

#Saint-Gervais-sur-Roubion

wakacje accommodation in Glasgow liczniki prag hotel poker










































:: RELATED NEWS ::
Helorum
The Book of Mormon contains information about a variety of people, but some individuals are only briefly mentioned. The individuals that relatively little is known about are listed alphabetically below:

Abinadom

Abinadom was the son of Chemish. He received the Plates of Nephi from his father and wrote only two verses (Omni 1:10-11) before conferring the record to his son, Amaleki. <
Victor Gerard Marie Marijnen
Victor Marijnen
February 21, 1917 - April 5 1975
Predecessor:
Jan de Quay
Prime Minister
Brazilian river. It begins in the state of Rondonia and winds for about 400 miles (640 km) until it junctures with the Aripuana River. Formerly called Rio da Dúvida (“River of Doubt”), the river is named after Teddy Roosevelt, who travelled into the central region of Brazil during the Book of Mormon contains information about a variety of people, but some individuals are only briefly mentioned. The individuals that relatively little is known about are listed alphabetically below:

Abinadom

Abinadom was the son of Chemish. He received the Plates of Nephi from his father and wrote only two verses (Omni 1:10-11) before conferring the record to his son, Amaleki. <
Plumbatae
Plumbatae or Mattiobarbuli were lead-weighted darts carried by ancient Roman infantry. The only written source for these tactical weapons is Vegetius, Epitoma Rei Militari (1.17), but the sparsity of sources should not be of concern. Vegetius is the only source of military detail the other ancient authors passed over. Here is what Vegetius says: :The exercise of the loaded javelins, called martiobarbuli, must not be omitted. We formerly had two legions in lllyricum,
League of Jewish Women
The League of Jewish Women one of the leading national voluntary Jewish women's service organisations in the United Kingdom. Affiliated to more than 30 other national and international organisations, membership is open to all Jewish women. The voluntary work of the League ranges from hospital and home visiting to working in prisons or running day centres for older people. Many members also work in schools, baby clinics and contact centres. The type of work members do is as varied as the members the
Plumbata
Plumbatae or Mattiobarbuli were lead-weighted darts carried by ancient Roman infantry. The only written source for these tactical weapons is Vegetius, Epitoma Rei Militari (1.17), but the sparsity of sources should not be of concern. Vegetius is the only source of military detail the other ancient authors passed over. Here is what Vegetius says: :The exercise of the loaded javelins, called martiobarbuli, must not be omitted. We formerly had two legions in lllyricum,
All Rights Reserved 2005 wikimiki.org